|
Bordjesdrager.
Onze schutterij wordt voorafgegaan door een jeugdlid met een bord, waarop de naam van de vereniging en tijdens de optocht het optochtnummer vermeld staat. Ons bord is een fraai stukje houtsnijwerk, in 2003 ter gelegenheid van ons 650 jarig bestaan vervaardigd door Rien v.d. Maat.
Het bordjesdragen is tijdens de schuttersfeesten ook een wedstrijdonderdeel. De jury beoordeelt o.a. of niet te ver voor de groep uit gelopen wordt en geen overdreven passen gemaakt worden.

Sappeurs.
Achter de bordjesdrager lopen onze sappeurs. Deze vormen een markante verschijning. Met hun berenmuts, baard en leren schort, een bijl op de schouder en materiaaltas om de nek zijn zij klaar om, waar nodig, hindernissen op te ruimen. Het verschil tussen een bieleman en een sappeur zit in het feit dat de bieleman een boerenkiel draagt en de sappeur gekleed gaat in een militair uniform. 
Tamboer-maître.
De drumband staat onder leiding van onze tamboer-maître, Hans Debije. Hij bepaalt welk muziekstuk er gespeeld wordt. Met zijn stok geeft hij het tempo aan en de richting waarin het korps zich moet verplaatsen.

Drumband.
De muzikale omlijsting vormt de drumband. Van verre hoort men ze al aankomen. Hun muziek geeft het marstempo aan. Onze drumband is een z.g. klaroenkorps bestaande uit slag- en blaasinstrumenten. Nadat de band tijdens een schuttersfeest in de optocht zijn best heeft gedaan, wordt in “de ring uitgetreden”. Hierbij worden voor een vakkundige jury twee muziekstukken gespeeld. Eén stilstaand en één in volle mars. Zo wordt niet alleen beoordeeld of er zuiver gespeeld wordt, maar ook of dit in gelijke pas en ordelijke formatie gebeurd.
De individuele muzikanten kunnen tevens deelnemen aan het solistenconcours. Hierbij zijn het met name de jeugdigen die hun kunnen vol overgave ten gehore brengen. De zo ontstane concurrentie en naijver komen de prestaties zeer ten goede. 
Vaandel.
Het vaandel symboliseert trouw aan en eerbied voor kerk en vaderland. Zonder vaandel mag de vereniging zich niet eens schutterij noemen. Onze schutterij voert drie vaandels: het verenigingsvaandel (waarop onze naam, het oprichtingsjaar en de afbeelding van onze schutspatroon zijn geborduurd), de Nederlandse en de Limburgse vlag. Alle vaandels worden gedragen door een lid in de rang van vaandrig.

Officieren.
Achter de vaandels marcheren de officieren. Zij zijn getooid met een fraaie pluim, sjerpen om de heup en dragen een sabel. Tot het officierscorps behoren vaandrig, adjudant, 2de luitenant, 1ste luitenant, kapitein, majoor, luitenant-kolonel, kolonel en generaal.

Overige rangen.
De sergeant-majoor loopt als tamboer-maître voor de drumband en naast de colonne loopt de commandant (Lou Schiffelers) in de rang van kapitein. De meest rechtse tamboer in de voorste rij heeft de rang van sergeant evenals de éérste (alléén lopende) geweerdrager. Zij zijn herkenbaar aan de enkele gele mouwstrepen. De laatste (ook alléén lopende) geweerdrager heeft de rang van korporaal, herkenbaar aan zijn enkele rode mouwstrepen.
Koning.
Omhangen met de zilveren koningsplaten en vergezeld door zijn koningin vormt deze letterlijk en figuurlijk het schitterend middelpunt van de vereniging. Naar eeuwenoud gebruik wordt op Hemelvaartsdag “op de vogel” geschoten. Dit is een van hout vervaardigde vogel, geplaatst op een hoge stang. Hierop schieten de leden in volgorde van loting beurtelings net zo lang tot een laatste stukje overblijft. Hij die dit naar beneden schiet, mag zich gedurende het komende jaar koning van de schutterij noemen.

Keizer.
Sinds 1985 heeft onze schutterij een keizer in de persoon van J. (Zef) Debije. Samen met zijn vrouw Paula vormt hij ons statige keizerspaar. Keizer wordt men door drie keer achter elkaar de vogel af te schieten. Dit lukte Zef in 1983, 1984 en 1985.

Geweerdragers.
Achter de officieren marcheren de geweerdragers of soldaten. In rotten van vier (oude exercitie), het geweer aan de rechter schouder, vastgehouden met een gebogen arm met de hand aan de riem. Volgens de regels moet een vereniging minimaal 16 gewapende leden tellen om officieel als schutterij te gelden. Gewapend is in feite elk lid dat achter het vaandel loopt, inclusief de tamboer-maître, vaandrig(s) en commandant.
Op het schuttersfeest tonen de leden van het exercitiepeloton hun bekwaamheid in het uitvoeren van de commando’s. Rechts of links uit de flank, opmarcheren, knielen, liggen, diverse geweerhandelingen, enzovoort. Hoe hard er thuis ook geoefend is, het “uittreden” op het schuttersfeest geldt steeds weer als een vuurdoop. Als de zenuwen van menige schutter door de keel gieren, is een klein foutje al snel gemaakt. En de jury ziet bijna elke misstap. De exercitiewedstrijd moet dan ook als een sport in zelfbeheersing en concentratie gezien worden.

|