Vele broederschappen (latere schutterijen) zijn opgericht in de Middeleeuwen, tussen 1560 en 1660, tijdens de 80-jarige oorlog. Het was in die tijd een komen en gaan van vreemde troepen. De plaatselijke bevolking werd telkens beroofd en kwam hiertegen in opstand. Om zich te beschermen “schutten” (schutten: betekent beschutten) tegen de plunderaars, sloten alle strijdbare mannen van het dorp, arm en rijk een “broederschap”.

Omdat ook de processie in die tijd vaak door andersdenkenden werd aangevallen, traden de broederschappen tevens in “dienst van de katholieke kerk” en namen de patroon aan als hun beschermheilige. Zo werd de patroonheilige van de broederschap in Oirsbeek, St.-Lambertus.

 

Foto van de St.-Lambertus.
Dit beeld staat aan de rechterkant op het altaar in onze kerk.
(foto Roel Schaeps)

St.-Lambertus werd omstreeks het jaar 635 geboren te Maastricht, volgens de legende als zoon van grootgrondbezitter graaf Aper. De pas geboren zoon kreeg als naam “Land-bert”, wat zoveel betekent als “glorie, verlichting van het land”. Omstreeks het jaar 670 wordt Lambertus benoemd tot de 46e bisschop van Maastricht. In het jaar 675 wordt hij afgezet als bisschop en trekt zich terug in een klooster te Stavelot (B). In 682 wordt Lambertus weer in ere hersteld als bisschop van Maastricht.

In het jaar 705 wordt bisschop Lambertus in de nacht van 16 op 17 september vermoord te Luik door mannen van graaf Dodo doordat hij een werpspies in zijn nek kreeg. Hij wordt in Sint Pieter bij Maastricht begraven. Omstreeks het jaar 718 wordt Lambertus heilig verklaard en te Luik in de door bisschop Hubertus speciaal gebouwde St.-Lambertuskathedraal herbegraven.

Hij is de patroonheilige van de lammen, boeren, chirurgen, tandartsen en voor oogziekten.

Er zijn momenteel buiten Oirsbeek nog vijf schutterijen met de naam St.-Lambertus als patroonheilige en wel: Broeksittard, Neeritter, Helden en in België, Louwel en Molenbeersel.

De meest voorkomende patroonheilige in de schutterswereld is St.-Sebastianus. In totaal 27 schutterijen.

Ook traden de broederschappen in “dienst van de plaatselijke overheid” (de zgn. Schepenbanken) om politionele taken te vervullen. Zij werden ingezet tegen de veelvuldige onveiligheid, roof en diefstal en om onwillige tot naleving der wettelijke voorschriften te dwingen.

In vredestijd bevorderden zij de verbroedering der dorpsgenoten door gezellige activiteiten te organiseren. Zo ging men zich bekwamen in het schieten met handbogen en geweren op een vogel.



Degene die de vogel afschoot werd de beste schutter, ook wel “koning” genoemd van de broederschap.

December 2007
Wim Douven